Op www.scriptplus.nl

geplaatst in: In de pers | 0

coverEen mooie recensie van mijn boek op de website van Scriptplus door Jelle Jeensma.

SCHRIJVEN IS ONTDEKKEN WIE JE BENT

2 nov 2015 13:16 | Scriptplus

Onlangs debuteerde Scriptplusser Inge van der Krabben met haar roman ‘Tot waar we kijken kunnen’. Het is een vaardig geschreven verhaal over de relatie tussen een dochter en haar moeder. Iets van alle tijden, maar daarom niet minder actueel.

We leven in een jachtige wereld. Dat is trouwens niet van vandaag of morgen. Begin negentiende eeuw sloegen met de komst van de trein de koeien in het landschap op de vlucht. De opkomende industrialisatie in die dagen leidde voor mensen tot een versnelling van hun leven. Tegenwoordig is de hectiek compleet door de klok, de sociale media, de prestatiemaatschappij, enzovoort. Hoe behouden we de rust in onszelf en hoe krijgen we voor elkaar dat we niet worden meegesleurd door de waan van de dag en door to-do-lijstjes? Hoe brengen we nog echt aandacht voor elkaar op? En hoe zijn we door een druk bestaan nog in staat tot introspectie? Door te schrijven!

Dit geldt zeker voor Inge van der Krabben. In het dankwoord achterin haar boek verklaart ze: ‘Schrijven is voor mij thuiskomen. Het helpt mij ontdekken wie ik ben en hoe ik mij verhoud tot de wereld en de mensen om mij heen.’ Schrijven en leren schrijven zit in het DNA van Inge, want eerst volgde zij bij Scriptplus de opleiding Verhalend Proza en momenteel legt zij bij onze schrijfschool de laatste hand aan de opleiding Docent Creatief Schrijven.

Ratrace

Schrijven is een manier om je gevoelens en gedachten te ordenen, een plaats te geven. In ‘Tot waar wij kunnen kijken’ zit hoofdpersoon Janne tegen een burn-out aan. Op kantoor heeft ze de ratrace om promotie – laten zien dat ze commerciëler, harder, overtuigender is dan haar collega’s – verloren. Ze is uitgevallen, zit als een zombie thuis en gaat uit pure ellende maar een binnenmuur verven. Per slot van rekening gaat van schilderen iets rustgevends uit; het is een meditatieve bezigheid. Maar als de kwast uit haar hand glibbert en op de vloer belandt ziet ze daar haar notitieblokje liggen.

‘Ze pakte de pen uit het boek en zette een kras op de muur. Pen op de muur. Ze zette nog een kras en nog een. Steeds sneller, harder, grilliger bewoog haar hand over de muur. Krassen werden woorden, werden zinnen. Ze schreef, scheef, SCHEEF. De wereld hing scheef en zij dreigde eraf te vallen. De zinnen werden pijn en angst en verdriet op een muur van tranen, tot haar knieën het begaven en ze erdoorheen zakte, in een streep tot op de grond waar de verfpot stond, waarin de pen en haar hand uiteindelijk belandden.’

Uitvliegen

Het is een mooie beschrijving van hoe Janne zich voelt. Schrijven is voor haar een manier om grip te krijgen op de chaos in haar binnenste. Dat wil, gezien deze passage, niet direct lukken. Maar we kunnen het ongewild dopen van haar pen in de verfpot duiden als het symbool van de ouderwetse kroontjespen in een inktpot. Het komt erop aan om door te gaan met schrijven. Indopen en schrijven, doorschrijven.

De moeder van Janne, Dina, is een overactieve en bemoeizuchtige ouder. Ze geeft haar dochter niet de gelegenheid om zelf keuzes in haar leven te maken. Het is een veelvoorkomend verschijnsel: ouderliefde die zich uit in het omknellen van het kind. Dina stelt, weliswaar uit goede wil, allerlei verwachtingen aan Janne. Maar elke ouder behoort op zeker moment een jong te laten uitvliegen, los te laten, erop te vertrouwen dat het wel goed komt. Dat is het thema van dit boek.

Complicatie is dat Dina ongeneeslijk ziek is, ze heeft kanker, maar wil dat niet onder ogen zien. Er valt nog zoveel te doen in haar leven. Ze heeft een lijstje gemaakt, waarop voornemens staan als ‘Drijven in de Dode Zee’ en ‘Holland’s Got Talent’. Wat dit laatste betreft: met konijn Carel wil ze meedoen aan het televisieprogramma Holland’s Got Talent. Te kolderiek voor woorden natuurlijk om dit vlak voor je dood na te streven. Gelukkig komt ze tot het besef dat het in het leven om andere zaken gaat dan om werelds vertier en succes. En gelukkig staat haar dochter op dat to-do-lijstje op nummer één. Janne komt daar uiteindelijk achter.

Van dichtbij zien

Ook dochter Janne komt tot inkeer. Zij beseft dat haar ‘bijna-burn-out’ niet komt doordat ze geen promotie had gekregen, waar ze zo haar best voor had gedaan: ‘(…) ze had iets nagestreefd wat helemaal nooit haar doel had moeten zijn.’

Moeder en dochter verzoenen zich, ook al is dat zonder al te veel woorden. Ze weten genoeg van elkaar. Dina laat haar dochter los, durft haar op eigen benen te laten staan, haar eigen geluk te laten vinden. Dina laat ook het leven los, sterft. Aan haar graf zegt Janne: ‘We zien elkaar tot waar we kijken kunnen.’ Goed kijken betekent niet ver kijken. Het is van dichtbij zien, naar je naasten. Dat geldt ook voor een dierbare die is gestorven: die blijft voortleven in je herinnering.

Dit boek is een pageturner.

Jelle Jeensma

Laat een reactie achter