Transformatie

geplaatst in: Krabbels | 0
change
change

Sinds ik schrijf, en dan bedoel ik het schrijven van proza, kijk ik met andere ogen naar de wereld om mij heen. Mijn omgeving, en de mensen daarin, blijkt een onuitputtelijke bron van inspiratie. Zo zat ik laatst met vriendinnen bij een van hen achter het huis, kletsen, lachen, met uitzicht op een sloot waarachter weidse groene velden lagen, waarin schapen en lammetjes liepen. De zon scheen, we dronken wijn en aten aardbeien, de herinneringen vlogen over en weer. Ik sloeg dit alles gade en sloeg het op, het zou zomaar een scene kunnen zijn in een volgend verhaal. Of de afgelopen keer dat ik in het ziekenhuis was, waar ik al jarenlang om de drie maanden kom, en nooit eerder zo intens naar de mensen keek. Ik zat niet tegenover de secretaresse, ik zat tegenover een personage toen ik mijn volgende afspraak inplande. Ze ziet er altijd verfijnd uit, droeg deze keer een glanzende blouse met een aparte hals van kralen, witgrijs haar opgestoken in een losse knot, een bril die neeg naar een uilenbril maar dan iets ronder en daardoor minder streng en een gezicht met van die lieve ogen. Zo’n gezicht waardoor je weet: jij voelt met de mensen mee, hebt het beste met ons voor, een gezicht dat het leed wat kan verzachten. Ook de internist zou niet misstaan als een charmante, warrige professor. Hij begroet me tegenwoordig met: ‘Hé, daar hebben we onze beroemde auteur.’

Waar ik ook loop, zit, sta of lig. Wat ik ook zie, voel, ruik of hoor. Alles kan ik gebruiken in mijn schrijven. Mijn vriend die een platte opmerking maakt waarvan ik zo moet lachen dat ik hardop zeg: ‘Die komt in een dialoog.’ Waarop hij zegt: ‘Je mag me wel inhuren voor als je weer goeie teksten nodig hebt.’ Ha, nog meer dialoog. Ik moet natuurlijk wel oppassen met hardop zeggen dat ik weer een scene voor me zie. Straks schrik ik er mensen nog mee af. Heb je haar weer.

Ik bekijk de wereld intenser, bewuster, alsof er een laag vanaf gepeld is. Heel lang had ik het gevoel iets te missen, of beter gezegd, naar iets te zoeken waarvan ik niet wist wat datgene was. Maar sinds ik proza schrijf krijgt datgene langzaam vorm. Krijg ik door mezelf te verliezen in het schrijven, richting in het leven. Ik verleg mijn grenzen naar onbekend terrein en verander. Ik ervaar dit en kijk uit naar wat nog komt.

Laat een reactie achter