Vijf schrijftips voor iedere (aspirant) schrijver

geplaatst in: Krabbels | 0

Wil jij betere verhalen schrijven? Dan geef ik je hierbij vijf belangrijke schrijftips. Wil je deze en andere waardevolle tips ook leren toepassen? Meld je dan aan voor mijn cursus Verhalen schrijven bij de bibliotheek in Culemborg die op 22 februari van start gaat.

 

  1. Schrijf de zin, niet alleen het verhaal

Een verhaal kan nog zo goed zijn, als de zinnen waaruit het is opgebouwd dat niet zijn wijzen de meeste uitgevers je manuscript af. Leer naar je zinnen kijken, speel ermee, zorg dat er muziek in zit, geef randjes en hoekjes aan het ritme, aan hoe het klinkt. Lees je werk hardop voor. Lees proza en poëzie en probeer je gevoel voor de klank, het ritme en de vorm van je zinnen te vergroten. Een goede oefening is ook om een alinea uit een verhaal van een schrijver met een sterke stijl te nemen en zijn of haar structuur te gebruiken, maar dan met jouw woorden. Je zult zien hoe ze tot dat mooie effect gekomen zijn.

 

  1. Kies een beter werkwoord

Veel aspirant schrijvers gebruiken twintig werkwoorden om alles te beschrijven, van een haal in hun panty tot de explosie van een bom. Je kent ze wel: was, deed, had, ging, keek…dertien in een dozijn woorden die iedereen gebruikt. Probeer betere werkwoorden te kiezen. Dat wil niet zeggen dat je niet af en toe een keer zo’n standaard werkwoord kan gebruiken, maar overdaad schaadt. Kies werkwoorden die je verhaal optillen.

 

  1. Dood het cliché

Het cliché ligt al snel op de loer, ik ontkom er zelf ook nog niet altijd aan. Neem jezelf voor om alles wat je ooit las of hoorde niet op dezelfde manier te gebruiken in je werk. Het kunnen combinaties van woorden zijn: koud zweet, bloedrood, of uitspraken: op je tenen lopen, het hazenpad kiezen, of metaforen: groot als een huis, dom als een ezel. Soms zijn dingen van zichzelf al clichés: tandpasta smile, snotverkouden. Vraag jezelf steeds af als je schrijft  ‘Heb ik dit al eens gezien?’ Schrijvers moeten blanco beginnen en het helemaal zelf verzinnen. Daarom is schrijven zo moeilijk.

 

  1. Martel je protagonist

Een schrijver is zowel een sadist als een masochist. We creëren personages waarvan we houden en dan martelen we hen (denk 50 shades). Hoe meer we van ze houden, en hoe slimmer we ze martelen waar het hun grootste angsten en kwetsbaarheden betreft, hoe beter het verhaal. Soms proberen we hen te beschermen voor een al te grote afgang. Niet doen!

 

  1. Gebruik de omgeving

Laat je lezers weten waar ze zijn. En dan niet rechttoe rechtaan, maar gebruik de setting zodanig dat het de lezer intrigeert of aanwijzingen geeft. Met setting kun je emoties overbrengen in je scene. Een verlaten straat brengt automatisch spanning mee en roept iets heel anders op dan een open weide vol bloemen. Lees boeken van auteurs die emotie oproepen en gebeurtenissen aankondigen puur met behulp van de wereld om het personage heen.

 

Meer schrijftips en ze leren toepassen? Volg dan mijn schrijfcursus, schuif aan bij een van de maandelijkse schrijftafels of informeer naar de mogelijkheden van individuele coaching.

Laat een reactie achter