De andere kant van Herman Brusselmans

geplaatst in: Krabbels | 0
Herman Bruselmans
Herman Bruselmans

Wat ik niet had verwacht en toch gebeurde…
Afgelopen zaterdag ging ik met een schrijfgenote naar het slotfeest van Nederland Leest, een landelijke leescampagne in de prachtige schouwburg Kunstmin in Dordrecht. Het boek ‘Een vlucht regenwulpen’ van Maarten ’t Hart stond centraal en het gesprek tussen hem en zijn jarenlange vriendin Mensje van Keulen was om te smullen. Ze discussieerden, kibbelden en flirten er lustig op los. Naast die twee iconen was ook de rest van het programma niet mis: Herman Brusselmans, Judith Koelemeijer, Redmond O’Hanlon en nog vele anderen. Ik ging met name voor Maarten ’t Hart, maar degene die het meeste indruk op me maakte die avond was Herman Brusselmans. Hij gaf op zijn gebruikelijke ironische manier, gortdroge antwoorden op de vragen van de interviewer en de zaal lag constant in een deuk. Hij las voor, had een aantal stukjes (zoals hij het noemde) geschreven en speelde zijn rol van gesjeesde schrijver met verve. Ik moet bekennen dat ik nog nooit iets van hem gelezen heb en hoewel ook ik geregeld in een deuk lag, ontstond bij mij niet de behoefte om wél iets van hem te gaan lezen. Tot het allerlaatste moment. Hij ging nog een stukje doen en het was werkelijk waar verbluffend mooi. Niks flauwe grappen of oversekste personages. Ik kan me de tekst niet letterlijk herinneren, maar hij greep me vanaf zin één met zijn woorden, het ritme, hoe hij het las, breekbaar, indringend…een inkijk in zijn gedachten. Het was zo’n totale kentering, zo onverwacht en daardoor des te indrukwekkender. Ik krijg sterk het vermoeden dat hij zich verschuilt. Hij vertelde wel dat er in al zijn boeken een serieuze ondertoon zit, maar dat die meestal gemist wordt door zijn lezers. Allicht, denk ik dan, je houdt je lezers zo vaak dezelfde grappenmaker voor dat ze niets anders meer willen of misschien zelfs kunnen zien. Hij zegt zelf daarover:

‘Mensen noemen mij soms een eikel met lang haar, iemand die gore grappen vertelt en met alles lacht, maar dat is niet waar. Dat imago heb ik, maar iedereen die naar buiten stapt en in de media komt, heeft een imago. Het is niet dat je dat beeld zelf kweekt. Het wordt je eerder opgelegd.’

Hoe het ook zij. De lach had ik verwacht, het geraakt worden niet en dat maakte het onverwacht mooi.

Laat een reactie achter